Tim Keller, Bidden. Blogserie deel 3: Leren bidden

356

Zojuist verschenen: het nieuwste boek van Tim Keller Bidden – Vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God. Een theologische beschouwing gecombineerd met ervaring en methodologie van wat misschien wel het belangrijkste in het leven van een christen zou moeten zijn. In deze vijfdelige blogserie neem ik je mee door de belangrijkste onderwerpen die in dit boek aan de orde komen. Ik deel mooie quotes en persoonlijke reflecties. Het boek kun je via deze link aanschaffen. Vandaag over deel 3 uit het boek, Leren bidden.

‘Heer, leer ons bidden,’ vraagt een van de discipelen in Lucas 11 aan Jezus. In die vraag zit een gevoel besloten dat vrijwel iedere christen wel zal herkennen. Wat is een goed gebed, hoe kun je als kleine christen naderen tot de Allerhoogste? In het gedeelte hiervoor richtte Tim Keller zich vooral op wat het gebed is: een reactie op wat God in zijn Woord tot ons zegt.

In dit derde deel van het boek Bidden gaat de auteur in op drie grote theologen uit de geschiedenis die iets over bidden geschreven hebben, te weten Augustinus, Luther en Calvijn. Aan de hand hiervan maakt Keller de overstap van de theorie naar de praktijk. Wat die drie theologen zeggen over het gebed komt in wezen uit het gebed dat Jezus zelf leerde, het Onze Vader. Bij elke bede uit het Onze Vader analyseert Keller welke inzichten Augustinus, Luther en Calvijn hierbij hadden. De eerste helft van het gebed bepaalt ons bij Gods grootheid, pas daarna is er tijd voor onze eigen behoeftes rondom levensonderhoud, relaties en verleidingen.

Samen met de drie kerkvaders beschouwt Keller het Onze Vader als een soort blauwdruk voor al onze gebeden. “Het Onze Vader moet een stempel drukken op onze gebeden en ze van het begin tot het eind vormgeven. Er is geen betere manier om dat te garanderen dan Luthers aanwijzing om twee keer per dag het Onze Vader te parafraseren en persoonlijk te maken als inleiding op lofprijzing en smeekbede in eigen bewoordingen.”

Want “bidden is een plicht”, zegt de auteur in het volgende hoofdstuk. “Bidden moet regelmatig, volhardend, vastberaden en aanhoudend gebeuren, ten minste eenmaal per dag, of we er nou voor in de stemming zijn of niet.” En hier komt Keller tot wat meer praktische toepassingen. Aan de hand van toetsstenen kun je bepalen of een gebed op de ‘juiste’ manier gebeden wordt. Deze regelmaat, volharding is de eerste van die toetsstenen. Nog zo’n toetssteen is de verbinding tussen Bijbel en gebed, want het gebed is immers reageren op wat God in de Bijbel tegen ons zegt. Ook van belang: een evenwicht tussen aanbidding, schuldbelijdenis, dankzegging en voorbede. Misschien nog wel het belangrijkste is het feit dat je in je gebed je ervan bewust moet zijn en moet aanvaarden dat je zwak en afhankelijk bent.

En wat doet zo’n ‘juist’ gebed dan met je? Keller beargumenteert dat bidden je een nieuw perspectief geeft op God. “Bidden laat je het grote plaatje zien, helpt je als je het niet meer ziet zitten, verandert je blikrichting zodat je weet wie je werkelijk bent.” Daarnaast brengt bidden een verbinding tot stand met God, het probeert je “op hartsniveau iets te laten voelen van de aanwezigheid van God.”

Als laatste in dit deel van het boek komt Keller ook weer terug op zijn eerder gemaakte punt dat het bij bidden niet erom moet gaan om iets gedaan te krijgen van God. “Dat wil zeggen, als we niet doorhebben dat God het enige is wat we werkelijk nodig hebben, zullen onze gebeden en smekingen simpelweg niets anders worden dan vormen van ons zorgen maken en van begeerte.”

Wat ik persoonlijke eye-openers vind in dit deel is Kellers systematische benadering van ‘eerst de Bijbel, dan het gebed’ en zijn manier om ‘te improviseren’ op het Onze Vader, zoals hij dat noemt. Dit vereist natuurlijk wel dat je een zeker niveau van Bijbelkennis hebt, of in elk geval de tijd ervoor neemt om Bijbellezing en gebed op elkaar af te stemmen.

Toch blijf ik het lastig vinden om bidden meer te laten zijn dan vragen. In Kellers optiek is bidden misschien wel de belangrijkste manier om God van dichtbij te leren kennen, of in elk geval een van de twee belangrijkste, naast de Bijbel zelf. En dat herken ik in mijn persoonlijke leven nog niet echt terug. Dan grijp ik, om God te leren kennen, zelf toch eerder naar de Bijbel dan naar het gebed. Keller laat echter wat mij betreft overtuigend zien dat dit niet helemaal de goede instelling is. Tijdens het lezen van dit deel bekroop me wel soms een wat moedeloos gevoel, want bidden op de manier die Keller beschrijft is toch best lastig, en vraagt veel van je!

Dat beaamt Keller overigens ook zelf in de laatste zin van dit deel: “Bidden is weliswaar vaak extreem vermoeiend, soms zelfs een kwelling – maar uiteindelijk de grootst mogelijke krachtbron die er bestaat.”

Volgende keer in deze blogserie deel 4: Het gebedsleven verdiepen.

Koop dit boek


GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER