Recensie: Ik geloof, geloof ik, Bram Beute

626


Geloofstwijfel is van alle tijden en plaatsen. Geregeld verschijnen er dan ook boeken waarin dit onderwerp aan de orde komt. Een van die boeken is Ik geloof, geloof ik, waarmee Bram Beute laat zien hoe hij zelf geworsteld heeft en nog steeds worstelt met twijfel en onzekerheid in zijn geloofsleven. Bram Beute is predikant en momenteel verbonden aan de Gereformeerde Kerk van Kampen-Zuid.

Voor veel gelovigen zijn het herkenbare vragen: wat als het allemaal toch niet waar is wat me met de paplepel is ingegoten? Bestaat God wel echt? En als God dan bestaat, waarom is er dan zoveel ellende op de wereld? Of is het lijden juist een reden om maar niet te geloven? De antwoorden op deze lastige vragen geeft Bram Beute niet direct. Wel laat hij zien hoe hij in zijn eigen leven toch weer steeds bij het geloof uitkwam. “Alle redenen om niet in God te geloven heb ik heel wat keren overdacht. En soms denk ik dat geloven in God geloof in een illusie is. En toch blijf ik geloven. Ik kan kennelijk toch niet leven zonder God.”

Als predikant is het misschien wel helemaal een lastige spagaat: hoe kun je ’s zondags vanaf de preekstoel vol vuur het evangelie verkondigen, terwijl je door de weeks wakker wordt gehouden door twijfels, van allerlei aard?

Aan de hand van diverse teksten uit de Bijbel toont Beute hoe twijfel en onzekerheid over het werk van God op zich niet onbijbels zijn en vaak ook juist het geloof kunnen versterken. De psalmdichters bezongen hun twijfels in poëtische teksten, Job klaagde over Gods onrecht in zijn leven, en ook in andere bijbelgedeeltes blijkt dat geloven in God niet altijd een kwestie van vast vertrouwen en zeker weten is. Door veelgehoorde argumenten tegen het geloof en veel voorkomende twijfels te behandelen neemt Beute je mee in zijn eigen zoektocht naar het omgaan met dergelijke twijfels.

Ik geloof, geloof ik is een persoonlijk boek, dat voor aardig wat gelovigen veel herkenbaars zal bevatten, maar waar sommigen zich waarschijnlijk ook minder in zullen herkennen. De auteur lijkt zich gaandeweg in het boek min of meer neer te leggen bij twijfel als een soort grondhouding in het geloof, en dat vind ik persoonlijk toch wel een zwaktebod. Als ik naar mijn eigen geloofsleven kijk, zie ik inderdaad geregeld ook twijfel en vragen terugkomen, deels dezelfde als in het boek aan de orde komen, maar ik merk bij mezelf toch ook wel een groei daarin. Deels komt die groei door boeken te lezen, zoals In alle redelijkheid van Tim Keller of bijvoorbeeld Het probleem van het lijden van C.S. Lewis, waarin een aantal van de gestelde vragen min of meer in getackeld worden, en deels ook door persoonlijke geloofservaring(en). Geloven vraagt volgens mij uiteindelijk wel iets als het loslaten (maar niet negeren) van twijfels en is in die zin wel een soort keuze, een sprong in het diepe, overgave.

Mooi is dat de auteur afsluit met een aantal redenen om ondanks twijfel alsnog in God te geloven. De meeste van die redenen lijken weliswaar nogal ‘aards’, en horizontaal gericht (geloven omdat het troost geeft, om te vergeven, om lief te hebben, omdat het goed is voor anderen, voor mens en dier), maar de belangrijkste, waarin alles samenkomt, is “omdat ik van Jezus houd”.

Tot slot, wat vooral ook is blijven hangen uit het boek, is dat geloven voor een groot deel ‘zoeken’ is. Gelukkig weten we uit de Bijbel (Jeremia 29) dat God zich laat vinden door wie hem ‘met hart en ziel zoeken’.

Koop dit boek

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER